Hoe maken we eigenlijk een keuze?

Laatst kwam ik in contact met een jongeman, laat ik hem Jan noemen. Jan stond voor een ingewikkelde keuze. Hij had een nieuwe baan aangeboden gekregen met meer salaris, maar dan wel met een jaarcontract. In zijn huidige baan met een onbepaalde tijd contract had hij het nog prima naar zijn zin. Hij had moeite om te kiezen en hij draaide constant in een cirkeltje rond (weggaan of blijven). Jan had al met verschillende personen over het aanbod gesproken, wat nog geen helderheid had opgeleverd. Ook had hij de tip gekregen om een lijstje te maken en daarbij voor elke keuze plussen en minnen te zetten. Er stonden inderdaad meer plussen bij een bepaalde keuze, dus dat was duidelijk zou je zeggen. Helaas bleef Jan maar last houden van de “Ja, maar” in zijn hoofd vertelde hij mij.

Herkenbaar voor je? BreinplaatjeHoe maak je als mens nou eigenlijk een keuze? Voor het antwoord is het interessant om eens een kijkje te nemen in ons brein.
Ons brein bestaat uit verschillende delen, waarvan ik er twee zal toelichten: de Neocortex (het denkbrein) en het Limbisch Systeem (het voelbrein).
* Het denkbrein zou je kunnen verdelen in een linker- en een rechterdenkbrein.
Waarbij het linkerdenkbrein werkt met taal, logica, analyse en rijtjes. Hier vind je ook de “Ja, maar” en de storyteller stem (ik kan het toch niet, dat is toch veel te hoog gegrepen voor mij enz.).
Het rechterdenkbrein werkt met beelden, symbolen, creativiteit, muziek en ervaren.
* Het voelbrein reageert op sensaties in je lichaam. Op basis van deze sensaties beslist het voelbrein “ja of nee”, “gaan of blijven”, of “leuk of niet leuk”.

Onze keuzes maken we dus met ons voelbrein in plaats van met ons denkbrein. Jan verbleef gedurende de gesprekken met de personen, het lijstje met de plussen en minnen en de “Ja, maar” stem in zijn linkerdenkbrein. Om tot een keuze te komen zou Jan dus ook zijn voelbrein moeten inzetten. Maar hoe doe je dat?

Letter A plaatjeLaat ik je dat uitleggen aan de hand van een oefening, die je ook zelf kunt doen. In de situatie van Jan neem je twee lege blaadjes. Op het ene blaadje schrijf je keuze A (weggaan) en op het andere blaadje keuze B (blijven). Daarna leg je de blaadjes met wat ruimte tussen elkaar op de grond neer.
Ga om te beginnen voor het blaadje met keuze A staan. Terwijl je daar zo staat, ga je je inbeelden hoe deze keuze eruit zou zien. Als dit is gelukt maak je er een plaatje van, wat je zo duidelijk mogelijk maakt (door bijvoorbeeld de juiste kleur en grootte). Op deze manier kom je automatisch in het rechterdenkbrein.
Als je een duidelijk plaatje hebt gemaakt, stap je op het blaadje met keuze A. Hiermee stap je als het ware in het plaatje van keuze A. Merk maar op wat dit met je doet, waarbij je alleen maar hoeft waar te nemen welke sensaties er in je lichaam voorbij komen (bijvoorbeeld warm/koud, of bewegend/stil)? Op deze manier kom je in het Voelbrein.Letter B plaatje
Als je voldoende hebt waargenomen, stapje van het blaadje met keuze A af.
Je neemt even wat afstand en schud deze ervaring van je af. Als je weer neutraal bent, doe je hetzelfde bij het blaadje met keuze B.

Hoe was dit om te doen? Heb je verschil ervaren tussen keuze A en keuze B? Vaak is het vrij snel duidelijk welke keuze het prettigst aanvoelt. Soms is het nog niet zo makkelijk om een plaatje te maken, of om sensaties waar te nemen in je lichaam, dan kan het fijn zijn om daar wat begeleiding bij te krijgen.
Neem gerust contact met mij op voor het maken van een afspraak, zodat ook jij makkelijker keuzes kunt gaan maken.